Drie weken in de bush

Het is nu drie maanden geleden dat ik in Togo, Afrika ben geweest. Deze reis heeft bij mij haar voetafdruk achtergelaten. Dankzij de lieve Sylvia (oprichtster), Vincent (opvoeder), Koffie (animator) en natuurlijk de kinderen heb ik het echte Togo leren kennen. Een land waar ik nooit van had gedacht dat ik het zou bezoeken.

Het weeshuis is een paradijsje in het midden gelegen van de “bush”. Het is omringd door niets anders dan struiken, hoog gras en velden. Een kilometer of twee van het weeshuis bevindt zich het dorp, Wli. Dat bestaat uit leem- en klei hutjes die ik enkel nog maar had gezien in documentaires. De “village” was heel leuk om te zien, heel anders, maar ook schrijnend. Het verschil met de westerse wereld is zo groot dat het moeilijk te vatten is.

Er was nochtans wel vooruitgang in het dorp. Net voor mijn reis werden er waterafvoerkanalen gegraven en lichtpalen met zonnepanelen geplaatst.

Het eerste verschil met de westerse wereld was de gedachtegang. De mensen uit de dorpen denken zoals in de middeleeuwen. Hiertoe zijn ze vrijwel genoodzaakt door de grote corruptie en gebrek aan concreet gezag. Tijdens mijn verblijf zijn er in het dorp twee mensen in brand gestoken en één is er net aan ontsnapt. Deze drie hadden diefstallen gepleegd. Dat is een bijzonder grote misdaad in de dorpen aangezien de mensen er niets hebben. Ze hebben een hut, twee geiten, een kleine hoeveelheid voeding en 6 kinderen om te voeden. Ik ben er slechts drie weken geweest. Dat is bijna één persoon per week die in brand werd gestoken. Snap het maar!

Het tweede verschil dat moeilijk te begrijpen is, is hoe hard de Togolezen moeten werken voor bijna niets. Het leven is er goedkoper maar dat ligt totaal niet in verhouding met hoe hard ze moeten werken om rond te komen. In België zit een groot deel mensen momenteel te staken en het land lam te leggen terwijl ze nog niet eens de helft zo hard moeten werken voor een veel groter inkomen. Een eerste voorbeeld is een Togolese jong volwassene van 23 jaar die 4 maanden heeft moeten sparen om volledig plastieke voetbalschoenen te kunnen kopen. Deze schoenen kostten 1 euro. Het was een type schoen dat onze blanke zachte voeten gewoon zou pijnigen. Deze jongen was waanzinnig gespierd, had geen grammetje vet en ruwe handen. Elke dag moest hij gaan werken op het veld. Ten tweede was er een metselaar die drie dagen van 6 uur ’s ochtends tot en met 6u savonds werkte. Hiervoor kreeg hij 20 euro. Dat is ongeveer 0,55 euro per uur voor zulks waanzinnig rugbrekend werk. Hij deed namelijk alles alleen. En ten laatste was er een parkeerwachter van een winkel die Sylvia telkens een paar Togolese centjes gaf. De waarde hiervan kwam misschien overeen met vijf eurocent. De bewaker sprong telkens een gat in de lucht en kreeg een gigantische glimlach. Als wij dat in België zouden doen, zouden we door de bewakers vies bekeken worden als gierig.

Ik heb mij bijzonder goed geamuseerd met de kinderen. De kleintjes hingen constant rond mij. De ouderen waren in het begin iets afstandelijker. Na enkele keren sporten of voetbal spelen kwam daar al snel verandering in.

Hier zijn enkele foto’s met de kleinste kinderen:

Tijdens mijn verblijf van drie weken heb ik ook enkele voetbalwedstrijden gespeeld in het dorp. Zo zagen mijn voeten er uit na de eerste wedstrijd door het hete en grove zand.

Voor de eerste wedstrijd had ik een beetje een vreemd gevoel. Ik was de enige blanke en het was slechts mijn tweede bezoek aan het dorp. Hierdoor wist ik niet hoe de Togolezen zouden reageren. Na twee minuten op het veld had ik door dat het een leuke en unieke ervaring zou worden. Ik speelde in de ploeg met de kinderen van het weeshuis tegen een ploeg van de village. Je zag dat al deze kinderen het appreciëerden en het leuk vonden dat ik meespeelde. Occasioneel hoorde ik wel iemand langs de zijlijn een beetje spottend met me lachen, maar daar trok ik mij gewoon niets van aan. De kinderen van Sylvia en Koffie ‘de animator’ waren altijd zeer beschermend over mij. Hierdoor kon ik dus echt genieten van het spel. Het is zeer speciaal, want je bent in godsnaam in Togo in de bush voetbal aan het spelen. Ik heb me dus zeer geamuseerd met de kinderen.
Ik merkte op dat de kinderen twee persoonlijkheden hadden. Het zijn blije kinderen die altijd wel iets achter hun façade hebben. Dit wist ik al op voorhand aangezien mijn zus geadopteerd is uit Moskou, Rusland. Door bezig te zijn met deze kinderen heb ik meer inzicht gekregen in het gedrag van weeskinderen. Vaak snap ik het gedrag van mijn zus niet. In dit geval ook niet van de weeskinderen, maar er zijn duidelijke gelijkenissen. Uiteindelijk snap je het nog niet, maar het geeft toch al iets meer een gevoel van innerlijke rust.
Een moment dat ik nooit zal vergeten is wanneer ik afscheid nam van de kinderen en in de auto stapte bij Sylvia. De kinderen liepen allemaal wuivend achter de auto en probeerden nog een laatste “high five” te krijgen van mij. Ik gaf de kinderen namelijk altijd een high five als ze flink waren. Het is een moment dat mij altijd zal raken. Ik ben er zeker van dat het niet de laatste keer is geweest dat ik hen zie.

Hier zijn nog enkele leuke foto’s: